Mij tweede brouwketel was een geleende weck-pan. Omdat ik volgens het 'Brew in a bag' principe  brouwde had ik aan één pan voldoende.

Voor mij heeft het goed uitgepakt om met een startset te beginnen. Door het te doen kom je er achter of het brouwen iets voor je is en daar komt nog bij dat je de spullen uit zo'n set gewoon kan blijven gebruiken als je besluit om de overstap naar graanbrouwen te maken. Zelf ben ik niet begonnen met de aanschaf van dure brouwketels, maar heb beetje bij beetje de spullen bij elkaar verzameld. Het idee was dat je dan de spullen zou aanschaffen die je echt nodig hebt. Meestal is dat goed gegaan, maar ik heb me ook wel laten verleiden door een mooie aanbieding waarvan ik later dacht.......

 

Kopen kan natuurlijk altijd, maar soms is het leuk om zelf iets in elkaar te zetten, of om oude spullen een nieuw leven te gunnen. Zo stond mijn eerste brouwketel in de tuin en werd gebruikt als als minivijvertje met een waterlelie.

 

Mijn uitrusting

Mijn eerste brouwketel, een geëmailleerde 30 l pan.

Schoonmaakmiddelen

Poetsen poetsen en nog eens poetsen. Een groot deel van de tijd die je in het hobbybrouwen steekt bestaat uit het reinigen en desinfecteren van je installatie en je flessen. Met reinigen verwijder je al het vuil en vlekjes, zodat het er op het oog mooi schoon uitziet. Vlak voor je de spullen gebruikt ga je ze ook desinfecteren. Hiermee dood je zoveel mogelijk bacteriën en ongewenste schimmels. Desinfecteren zonder reinigen is zinloos.

Voor het reinigen gebruik ik vaak poeder voor de vaatwasmachine of soda. Voor hardnekkig vuil houd ik Chemipro Caustic achter de hand. Voor het desinfecteren gebruik ik Puro Oxi en medicinale ethanol.

 

Tip: probeer al je kranen uit elkaar te halen en maak ze dan goed schoon.

 

Schroten

Voor het schroten van de mout (=brokkelen of pletten, niet vermalen) gebruik ik een gietijzeren apparaat waarbij gegroefde platen langs elkaar draaien. Om het je wat makkelijker te maken kan je er een boormachine op aansluiten.

Bij de wat duurdere apparaten plet je de mout echt tussen twee draaiende walsen.

Weegschalen

Voor het wegen van bijvoorbeeld mout gebruik ik een gewone keukenweegschaal. Voor het afwegen van kleine hoeveelheden van bijvoorbeeld de brouwzouten gebruik ik een miniweegschaaltje met grote nauwkeurigheid.

Meten is weten

Een thermometer heb je natuurlijk nodig. Maar ook een maatcilinder en een densi-meter om de dichtheid te bepalen, zodat je het alcoholpercentage kan berekenen. Deze meter gebruik ik ook om te controleren of er nog vergistingsactiviteit is.

Tijdens het brouwen gebruik ik eenvoudig pH-papier om de zuurgraad in de gaten te houden en een Brix-meter, zodat ik direct kan zien of er wel suikers in de wort opgelost worden.

Een densimeter om de dichtheid te bepalen. De Erlenmeyers gebruik ik om bijvoorbeeld een giststarter te maken.

Chemicaliën

De meest eenvoudige manier om te checken of al het zetmeel omgezet is in suikers, is m.b.v. de zetmeelproef. Druppel wat jodium op de wort. Verkleurt dit naar zwart, dan is er nog flink wat zetmeel aanwezig en  moet je het maischproces verlengen.

Verder heb ik wat voedingszouten om de gist wat extra te voeden en Lactol om het beslag eventueel wat te verzuren.

De brouwketel

Ik vond het lastig om een recept waar ik tevreden over was te reproduceren, of om daar kleine aanpassingen aan te doen. Dat kwam vooral omdat ik onvoldoende beheersing had over de temperatuur van het beslag. Als je even niet in het beslag roerde kreeg je gelijk weer een ophoping van warmte onderin de brouwketel. Tijdens het zogenaamde maischen kon de temperatuur daardoor zo maar een flink aantal graden omhoog schieten.

Bij een automatische alles in één brouwketel heb je dat probleem bijna niet. Doordat de wort wordt rondgepompt is de verdeling veel beter en heb je meer controle over het proces. Een groot voordeel is dat je het hele maisch- en kookproces kan programmeren. Zo wordt er met signalen aangegeven wanneer je moet gaan spoelen, of je hop toevoegen. Verder is zo'n systeem ook ruimtebesparend, omdat er een binnenketel in zit die gelijk als filter fungeert.

Dit soort ketels heb je in alle soorten en maten. Ik ga niet voor de grote hoeveelheden, daarom was een ketel van 30 l voor mij voldoende.

Koeler

Om infecties te voorkomen, moet de wort snel afgekoeld worden. Dat kan met prachtige plaatkoelers, die volgens het tegenstroomprincipe werken. Dit zijn dure apparaten en een eenvoudige spiraalkoeler werkt net zo goed. Gewoon met een gardenakoppeling op de kraan aansluiten en klaar. Links zie je het exemplaar dat 'gratis' bij de ketel meegeleverd werd. Je kan ze ook zelf maken. Wat meters koperen buis, een beetje buigen en solderen, klaar!

Beluchting

Voor dat de gist zijn echte werk kan doen, namelijk het maken van alcohol, koolzuurgas en allerlei smaakstoffen, moet hij eerst lekker groeien en zich vermeerderen. Hier heeft de gist zuurstof voor nodig. Omdat na het koken van de wordt praktisch al de zuurstof verdwenen is, moet dit weer toegevoegd worden. Je kan het bier uit de brouwketel lekker in je vergistingsvat laten kletteren, maar dat is eigenlijk niet voldoende. Beter is het om het te beluchten via een bruissteen. Ik heb er een van rvs, zodat je hem makkelijk in kokend water kan ontsmetten. Een gewoon aquariumpompje, wat siliconenslang een kraantje en een microfilter doen de rest.

Pas op dat je niet te lang of te hard belucht, want je bier kan er enorm van gaan schuimen

Vergistingsketel

Ik heb heel lang met het vergistingsvat uit de startset gewerkt. Die deed prima zijn werk. Na de hoofdvergisting hevelde ik het bier over in een tweede vat. De drab bleef dan achter. Ik kon het bier hier rustig een paar weken in laten 'klaren'. Zo werd het helderder en het kon rustig helemaal uitvergisten. Nadeel van dit principe is dat bij iedere handeling die je doet er een kans op infectie is en voor mij betekende het ook weer heel wat extra tilwerk.

Om ook nu weer volledige controle te krijgen over de temperatuur heb ik van een oude koelkast een klimaatkast gemaakt. De temperatuur wordt geregeld met een zelfgemaakte thermostaat.

 

Inmiddels heb ik een rvs vergistingsvat aangeschaft met een conische bodem. Via een kraan onderin het vat, kan ik nu de oude gist en drab afvoeren. Het totale vergistingsproces vindt nu in dit ene vat plaats. Voorwaarde bij de aanschaf was, dat ook dit vat in mijn klimaatkast pastte. Voor het bottelen kan ik een slang aansluiten op een ander kraantje.

Voordeel van rvs boven kunststof is, dat het reinigen grondiger kan en dat je ketel an verloop van tijd niet poreus wordt.

 

Bottelen en afdoppen

Voor het bottelen van de flesjes gebruik ik een eenvoudig vulpijpje. Je hoeft dan niet steeds de kraan open te zetten en je kan dan veel nauwkeuriger vullen.

Een enkele keer gebruik ik Grolsch beugelfessen deze kan je eenvoudig afsluiten. Wel het rubber desinfecteren natuurlijk! Maar meestal bottel ik mijn bier in de standaard Bruine Nederlandse Retourfles (BNR). Hier moet natuurlijk wel een kroondop op geperst worden. Met het apparaat in de startset was ik niet erg gelukkig. Je moet veel kracht zetten en bij mij ging het nog wel eens mis en sloot de fles niet goed. Aanschaf van het linker tafelmodel ging al beter, maar ook hier was veel kracht voor nodig. Uiteindelijk ben ik voor het apparaat, rechts op de foto, gegaan. Dit robuuste apparaat werkt ook met een hefboom, maar door de tandwieloverbrenging kan je hiermee met minder moeite, meer kracht zetten.

Van een koperen leiding een zelfgemaakte wortkoeler gemaakt

Onderdeel van de startset: een vergistingsvat. Ik heb deze vaak gebruikt.

Om de temperatuur in de koelkast te regelen heb ik zelf een thermostaat met voeding voor zowel koelen als verwarmen gemaakt. De ventilator zorgt een gelijkmatige temperatuur.

Deze afdruiptoren is een echte aanrader. Na het reinigen en spoelen van je flessen kan je ze hier rustig laten uitlekken.

En als je dan ook nog je eigen etiketten wilt ontwerpen en maken, dan zal je toch ook nog achter de computer moeten kruipen.